Bentley

Bentley werd opgericht in Engeland op 18 januari 1919 door Walter Owen Bentley (1888-1971). Voor de oorlog verkocht hij en zijn broer, auto’s van Doriot, Flandrin & Parant (DFP) in Londen. Ze waren niet tevreden over de kwaliteit en besloten eigen auto’s te maken. In oktober 1919 werd de eerste auto getoond, maar de motor was nog niet gereed. Het duurde tot september 1921 voordat de eerste auto met een innovatieve benzinemotor. Kenmerk is dat iedere cilinder vier kleppen had. Bentley werd bekend om zijn sportauto’s die meededen aan de 24 uur van Le Mans. Tussen 1927 en 1930 won een Bentley vier keer achter elkaar de eerste prijs.

Ondanks de sportieve prestaties bleef het bedrijf financieel er moeilijk voor staan. De economische crisis van de jaren 30 leidde tot een forse daling van de autoverkopen. In 1931 stond het bedrijf te koop. Het Britse D. Napier & Son wilde Bentley kopen, maar British Central Equitable Trust deed een hoger bod. Later bleek dat Rolls-Royce Limited de echte koper was.

Rond 1973 werd de autodivisie van Rolls-Royce Limited een aparte onderneming, Rolls-Royce Motors die in augustus 1980 werd gekocht door het industrieconcern Vickers. Zij zijn een fabrikant van onder meer pantserwagens en motoren, betaalde £ 38 miljoen. Vickers investeerde meer in het merk en automobielen en het hernieuwde sportieve imago van Bentley zorgde voor meer interesse en hogere verkopen. In 1998 nam Vickers afscheid van het bedrijf. Er ontstond een biedingsoorlog tussen BMW en de Volkswagen Group. Volkswagen werd de nieuwe eigenaar en betaalde £ 430 miljoen (€ 629 miljoen).

De Bentley Continental GT is na de Ferrari 612 Scaglietti de snelste vierpersoonsauto ter wereld, hoewel het met zijn prijs van zo’n 270.000 euro het goedkoopste model is uit het Bentleygamma. De wagen werd ontworpen door de Belg Dirk van Braeckel.